Vrijdag 03 juni 2022

Ouderschapsverlof en onderbezetting

Ouders hebben per kind recht op 26 weken onbetaald ouderschapsverlof, op te nemen voor het kind acht jaar wordt. Vanaf 2 augustus 2022 krijgen zij voor 9 van de 26 weken recht op een, via de werkgever aan te vragen, UWV-uitkering ter hoogte van 70% van hun dagloon (tot 70% van het maximum dagloon). Voorwaarde is dat zij deze 9 weken opnemen in het eerste levensjaar van het kind. De wet geldt ook bij kinderen die al geboren zijn vóór de invoering van de wet, voor zover zij nog in het eerste levensjaar zijn en voor zover er nog recht op ouderschapsverlof is.

Met de betaling van een deel van het ouderschapsverlof door het UWV, wordt ervan uitgegaan dat het deelnamepercentage van zowel moeders als vaders (of de partner van de moeder) aan het ouderschapsverlof stijgt. Hierdoor kan het voorkomen dat werkgevers te maken krijgen met onderbezetting. Mag de werkgever om die reden het opnemen van ouderschapsverlof weigeren?

Weigeren verlofverzoek alleen bij zwaarwegend bedrijfsbelang

In beginsel geldt dat de werknemer het recht heeft om ouderschapsverlof op te nemen op de wijze die hij wil. De werkgever mag het verzoek om ouderschapsverlof op te nemen niet weigeren. De werkgever kan de gewenste wijze van opname, na overleg met de werknemer, gedurende een redelijke termijn wijzigen als hij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft. Denk hierbij aan ernstige organisatorische problemen. Dit kan tot vier weken voor de ingangsdatum van het verlof. Met ingang van 2 augustus 2022 komt tevens in de wet te staan dat de werkgever de werknemer dan in staat moet stellen het verlof op te nemen voordat het kind acht jaar wordt, dan wel één jaar wordt als het gaat om betaald ouderschapsverlof. Een wijziging moet schriftelijk gemotiveerd worden. Ook bij onderbezetting is het de vraag of deze tot ernstige organisatorische problemen leidt. Als dit niet zo is, dan mag de werkgever het verlof niet weigeren.

Bron: AWVN