Woensdag 17 augustus 2022

Sportverenigingen niet sterker door sportbeleid gestimuleerde veranderingen

De afgelopen decennia zijn sportverenigingen gestimuleerd om hun diensten te verbreden, bij te dragen aan de realisatie van overheidsbeleid en te professionaliseren. Deze drie veranderingen zorgen er niet voor dat een sportvereniging organisatorisch sterker wordt. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut over de periode 2007-2021.

Ook wanneer gecorrigeerd wordt voor de grootte van de vereniging of het type sport (binnen/buiten), is er geen relatie tussen de drie transities en organisatorische sterkte.

Aanname achter Nederlands sportbeleid niet ondersteund

Het Nederlandse sportbeleid is gebaseerd op de aanname dat verandering in deze drie richtingen noodzakelijk en wenselijk is voor het functioneren van sportverenigingen. Dit onderzoek ondersteunt deze aanname dus niet.

Sportverenigingen zijn heel divers. In beleid om ze vitaler te maken is daarom meer aandacht nodig voor deze diversiteit. Er is geen model dat voor alle verenigingen geschikt is.

Sportverenigingen niet in transitie, wel meer diversiteit

Sportverenigingen zijn tussen 2007 en 2021 vaker gaan bijdragen aan de realisatie van overheidsbeleid. Ook lijken ze steeds meer overtuigd van een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarentegen heeft in de gehele populatie sportverenigingen geen verbreding van diensten of verdere professionalisering plaats gevonden.

Dit betekent dat sportverenigingen niet daadwerkelijk in transitie zijn (geweest), maar dat vooral de diversiteit aan sportverenigingen is toegenomen.

Grotere verenigingen verbreden diensten en professionaliseren vaker

In verbreding van diensten en professionalisering zijn wel verschillen te zien tussen typen verenigingen. Zo hebben grote verenigingen (> 250 leden) vaker hun diensten verbreed en zijn verder geprofessionaliseerd. Kleine verenigingen (≤ 100 leden) hebben dat niet of veel minder gedaan.

Longitudinaal onderzoek tussen 2007-2021

Twee metingen onder het Verenigingspanel van het Mulier Instituut zijn vergeleken: uit 2021 en uit 2007. In 2021 is de vragenlijst door 549 verenigingen ingevuld en in 2007 door 870 verenigingen. De data zijn gewogen op verenigingsgrootte en type sport, zodat de steekproeven representatief en vergelijkbaar zijn.

Lees de volledige bevindingen in het rapport ‘Sportverenigingen in transitie? Verbreding van diensten, professionalisering en instrumenteel gedrag bij sportverenigingen tussen 2007 en 2021’.

Bron: Mulier Instituut