Woensdag 05 mei 2021

Kinderen van ouders met lager inkomen sporten minder

Kinderen/jongeren van ouders met een laag opleidingsniveau en met lage gezinsinkomens sporten minder. Hoe hoger het opleidingsniveau en/of inkomen, hoe hoger de wekelijkse sportdeelname. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut naar het verband tussen sport- en beweegdeelname en het sociaaleconomische milieu waarin kinderen opgroeien.

Onderscheid tussen sporten en bewegen

Bij jongeren (12-17 jaar) is eenzelfde verband niet alleen te zien bij sporten, maar ook bij bewegen: jongeren met lage gezinsinkomens voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen dan jongeren met hoge gezinsinkomens. Bij kinderen (4-11 jaar) is dit juist andersom: kinderen van hoogopgeleide ouders voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen dan kinderen met lager opgeleide ouders. Verklaringen hiervoor zijn te vinden in het beweegpatroon: kinderen van ouders met een laag inkomen/lage opleiding sporten dan wel minder vaak, maar spelen juist weer vaker buiten en lopen/fietsen vaker.

Beweeggedrag van huis uit meegekregen

Het verschil tussen de verschillende inkomens- en opleidingsgroepen komt onder andere door de zogeheten ‘beweegsocialisatie’: kinderen krijgen van huis uit beweeggewoontes mee. Omdat volwassenen met een lage sociaaleconomische status zelf ook minder sporten en bewegen dan leeftijdsgenoten, geven ze deze gewoonten door aan hun eigen kinderen en andere kinderen die dicht bij hen staan.

Lees het hele artikel op de site van Mulier Instituut.

De rapportage vind je hier ‘Sport- en beweeggedrag van kinderen en jongeren naar sociaaleconomisch milieu’.