Woensdag 15 september 2021

Meer kinderen met slechte motorische vaardigheden na lockdown

Na de eerste lockdown vanwege corona in het voorjaar van 2020 was een groter deel van de basisschoolkinderen (4-12 jaar) in Nederland motorisch minder vaardig dan kinderen van die leeftijd vóór de lockdown. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.

Deze achteruitgang in motorische vaardigheden is mogelijk te wijten aan het wegvallen van het georganiseerde beweeg- en sportaanbod voor basisschoolkinderen: zij konden niet meer bij hun sportvereniging sporten en hadden geen lessen bewegingsonderwijs meer op school.

Vooral jongste en minst vaardige kinderen scoren slechter na de lockdown
Bij de jongste kinderen (groep 1/2) en kinderen die vóór de eerste lockdown al motorisch minder vaardig waren, zijn de grootste verschillen zichtbaar. Van hen is een groter deel minder vaardig na de lockdown. Met name op het onderdeel balanceren scoren na de lockdown meer kinderen uit groep 1/2 slechter. Dit suggereert dat voor het ontwikkelen van balansvaardigheden veel bewegen belangrijk is.

Mogelijke oplossingen
Het is belangrijk de gevolgen van het wegvallen van het georganiseerde beweegaanbod te minimaliseren. Dat kan via inzet van vakleerkrachten, gebruik van een dynamische schooldag en een beweegvriendelijke omgeving, en gerichte ondersteuning voor de zwakkere bewegers.

Onderzoek op basis van drie meetinstrumenten
Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de ontwikkelaars van drie verschillende leerlingvolgsystemen of motorische tests: de BLOC-test, VolgMij en de 4 S-en test. Van die drie meetinstrumenten zijn data uit schooljaar 2019/2020 en 2020/2021 vergeleken.

Lees de volledige bevindingen in het rapport ‘Gevolgen van de coronamaatregelen voor de motorische ontwikkeling van basisschoolkinderen’.

Bron: Mulier Instituut