Woensdag 05 november 2014

OR-lid voor je eigen ontwikkeling

Je staat er misschien niet direct bij stil, maar als je wilt werken aan je persoonlijke ontwikkeling is medezeggenschapswerk daarvoor ook een goed middel. Door zitting te nemen in een ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) kun je meepraten en –denken over allerlei zaken. Hein Veerman van NOC*NSF is sinds een half jaar lid van de OR en vertelt over zijn eerste indrukken.

Voorzitter van de OR

Hein Veerman is 33 jaar, vader van Thijs en Bas en werkt bij NOC*NSF op de afdeling Sportparticipatie. Na zijn studie International Business aan de Universiteit van Maastricht werkte hij eerst anderhalf jaar als junior consultant bij een marketing- en organisatieadviesbureau alvorens de overstap naar de sport te maken. Hij was drie jaar marketingmedewerker bij de Nederlandse Toer Fiets Unie en werkt sinds ruim vijf jaar bij NOC*NSF waarvan de laatste twee als adviseur op het gebied van sportaanbieders. Sinds een half jaar is Hein lid van de OR van NOC*NSF en per oktober jl. voorzitter.

Tweeledige keuze

Hein vertelt over wat hem ertoe heeft gedreven zich met medezeggenschapswerk bezig te gaan houden: “Voor mij is de keuze om in de OR te gaan tweeledig. Enerzijds zie ik het als een mooie stap in mijn eigen ontwikkeling. Zowel inhoudelijk – je krijgt er te maken met onderwerpen waar je normaal gesproken in je werk niet snel iets van meekrijgt, zoals werkkostenregeling, functiehuis, etc . – als op het gebied van persoonlijk optreden – je bent vertegenwoordiger van alle medewerkers en gelijker tijd gesprekspartner van de directeur. Anderzijds vind ik het belangrijk om iets extra’s te doen voor mijn collega’s. Iedereen werkt met zo’n passie en gedrevenheid bij ons, dat ik er graag mijn steentje aan bijdraag dat eenieder dit op zo’n prettig en effectief mogelijke manier kan (blijven) doen.”

Wat levert het op?

Een legitieme vraag is toch: wat levert het mij op? Anderzijds wil een werkgever ook graag dat het faciliteren van een OR een bepaald resultaat geeft. Volgens Hein zijn ervaring is dat ook zo: “Het levert aan de ene kant meer inzicht in werkgeverszaken op en aan de andere kant leer ik snel wat er in de volle breedte van de organisatie leeft en gebeurt, over alle afdelingen heen en van ‘boven’ tot ‘onder’. Voor de werkgever is voeling met wat er leeft en speelt op de werkvloer belangrijk, om tot inhoudelijk betere en meer gedragen besluiten kan komen. Optimaal is wanneer organisatiebelang en werknemersbelang hand in hand gaan.”

Inhoudelijke input

Als ‘nieuw’ lid van een OR komt er van alles voorbij. Wat heeft Hein nu als het meest opvallend ervaren in de eerste periode? “Onlangs is bij NOC*NSF een zogenaamde F-scan uitgevoerd om te zien op welke wijze de organisatie een ‘next step’ kan maken om zich optimaal voor te bereiden op de transitie die de sport door gaat maken. De OR heeft inhoudelijke input geleverd en deze input maakt een groot onderdeel uit van de conclusies van de F-scan. Dit geeft wat mij betreft aan dat de mening van de OR er toe doet. Daarnaast ervaar ik de contacten met onze directeur en manager P&O als prettig – informeel, gelijkwaardig en transparant.”

Professionele autonomie

Na de eerste indrukken te hebben verwerkt, zijn er wellicht ook onderwerpen die je als OR-lid of -voorzitter meer op de kaart zou willen zetten binnen de organisatie. Voor Hein is dat duidelijk: “Het goed faciliteren van medewerkers binnen de kaders van ‘professionele autonomie’ waarop de invoering van Het Nieuwe Werken en de transitie in de sport grote impact (zullen) hebben. Ik geloof heel erg in het principe van professionele autonomie – echter, het vraagt om extra aandacht voor de individuele medewerker door de leidinggevende en de organisatie. Ik denk hierbij aan bijvoorbeeld extra handvatten voor leidinggevenden en een state-of-the-art vitaliteitsprogramma. Daarnaast zou ik het geweldig vinden als onder mijn voorzitterschap de OR meer en meer door medewerkers wordt gezien als een plek waar je jezelf goed kunt (door)ontwikkelen; zowel inhoudelijk als persoonlijk!”

Meest lastige item

Wil je als OR écht effectief zijn, dan is het van belang dat je je achterban goed vertegenwoordigt. Hoe koppel je terug en zorg je voor draagvlak? Dat is nog niet altijd zo eenvoudig, zo kan ook Hein bevestigen: “Voor elke OR is dit het meest lastige item. Ik denk dat het belangrijk is om vooral bestaande gremia (beter) te benutten – zoals intranet, 1e maandag van de maand bijeenkomsten, etc. Daarnaast geloof ik vooral in persoonlijk contact als het gaat om terugkoppeling en draagvlak; ieder OR lid kan zich in de eigen afdeling/unit als afgevaardigde en contactpersoon manifesteren. Bij echt belangrijke en ‘grote’ thema’s, zoals vorig jaar de herziening van het functiehuis, is het nodig om extra communicatie via bijeenkomsten en intranetberichten uit te voeren.”