Maandag 25 augustus 2014

Sport vraagt ook mensen die een andere bril op hebben

Gert Jan Lammens is sinds 2005 directeur-bestuurder van Rotterdam Sportsupport. Een organisatie die een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt, en ook nu nog sterk in beweging is. Dat maakt het werken bij Rotterdam Sportsupport blijvend interessant en is volgens Gert Jan dan ook cruciaal voor goed werkgeverschap.

Zelfgeschreven briefjes

Gert Jan Lammens is van huis uit met sport opgegroeid: “Bij ons was het geen keuze óf je ging sporten, maar wat je ging doen. Mijn ouders zaten in het bestuur van de gymvereniging dus dat was een eerste logische keuze. Daarnaast ben ik ben ook gaan voetballen.” Als kind was hij zo al vervlochten met het verenigingsleven. Ook een opleiding werd gekozen met het doel om in de sport te gaan werken, dat werd de sportacademie in Den Haag. Tijdens de derdejaars stage bleek het vak toch tegen te vallen: “Ik kwam op scholen waar leerlingen weinig zin hadden in lichamelijk onderwijs. Allemaal zelfgeschreven briefjes, heel weinig motivatie, ik werd er niet blij van. Ik heb die opleiding wél afgemaakt. Daarna heb ik me gemeld bij de gemeente Rotterdam en ben ik pleinenwerk gaan doen in aandachtswijken. Tegelijkertijd ontstond het plan om ondernemer te worden en ging ik als bedrijfsleider aan de slag in de bedrijfsfitness. Het was een soort duobaan. Langzaam ontwikkelde zich dat meer in de richting van de gemeente. Om een lang verhaal kort te maken: in 2005 werd het Rotterdam Sportsupport.”

Een directeur moet vooral de juiste mensen om zich heen verzamelen

Over Rotterdam Sportsupport vertelt Gert Jan met veel enthousiasme. Het is primair een organisatie die sportverenigingen ondersteunt. Die ondersteuning wordt enerzijds ingezet als doel, anderzijds als middel. In het eerste geval gaat het om clubs die steun kunnen gebruiken omdat ze te kampen hebben met problemen, bijvoorbeeld teruglopende inkomsten of ledenaantallen. Bij de inzet als middel worden sterke sportverenigingen geactiveerd tot het leveren van bijdragen aan de realisatie van maatschappelijke opgaven binnen de domeinen veiligheid, gezondheid en zorg, onderwijs, werkgelegenheid en specifieke doelgroepen als ouderen en gehandicapten. Zo wordt de kracht van sport in de stad verzilverd en wordt ervoor gezorgd dat investeren in sport de overheid niet alleen geld kost maar het juist geld oplevert.
Van de enkele mensen waarmee de organisatie in 2005 van start ging is Rotterdam Sportsupport uitgegroeid tot een club waarvoor zo’n 75 mensen werken. Die zijn niet allemaal in loondienst, er zijn ook payrollers en zzp-ers. Waar aanvankelijk vooral sportgeoriënteerde mensen in dienst waren, is er nu meer diversiteit qua achtergrond. Gert Jan: “Ik word hier blij van. Als directeur hoef je niets te kunnen, als je maar de juiste mensen om je heen verzamelt, zegt hij grappend. Voor de sport is het goed om ook mensen uit andere sectoren in dienst te hebben. Die hebben een andere bril op en leveren een nieuw netwerk.”

Laat mensen weten op welk schip ze zitten en waar het heen vaart

Goed werkgeverschap gaat volgens Gert Jan over de ontwikkeling van mensen: je moet ze meenemen in de strategie van je bedrijf en ze laten meedenken zodat ze weten op welk schip ze zitten en waar het heen vaart. Dat laat zich bijvoorbeeld meteen al zien zodra iemand solliciteert. Waar in een gesprek mensen zich doorgaans presenteren en vertellen wat hun kwaliteiten zijn, stelt Gert Jan doorgaans een andere vraag: “Wat vraag je van mij als werkgever? Je ziet elkaar in je werk soms vaker dan je je eigen partner ziet. Net zoals in een relatie is het hier ook geven en nemen en kun je dus maar beter uitspreken wat je van elkaar verwacht en wat je met jezelf en het bedrijf waar je solliciteert voor ogen hebt. Dat resulteert in een gedeelde verantwoordelijkheid voor het bedrijf en de persoonlijke ontwikkeling. Als mensen zich ontwikkelen, ontwikkelt het bedrijf zich ook. Iemands ambities, talent en passie moeten natuurlijk wel passen bij het bedrijf. Dat levert uiteindelijk ondernemersdrift en creativiteit. De verdere invulling van goed werkgeverschap draait om het scheppen van goede randvoorwaarden: een goede cao, arbeidsvoorwaarden, mensen tijdig informeren, etcetera. De sport kan daar nog wel stappen in maken. Daarin zien we een belangrijke rol voor de WOS.”

O ja, jij bent geel, dan snap ik het wel

Mensen stimuleren in hun ontwikkeling is ook cruciaal om stappen te kunnen maken met je organisatie. Daar heeft Rotterdam Sportsupport budget voor vrijgemaakt. Mensen worden zelf medeverantwoordelijk gemaakt voor hun ontwikkeling door het opstellen van Persoonlijk ontwikkelingsplannen (POP’s). Die komen tevens terug in de functionerings- en beoordelingsgesprekken. Indien nodig wordt er invulling aan de ontwikkeling gegeven door middel van een opleiding of coaching. Minstens zo belangrijk is het volgens Gert Jan om een cultuur te scheppen waarin mensen elkaar beter maken. “Het moet normaal zijn dat men elkaar aanspreekt op professioneel gedrag. Zo breng je zelflerend vermogen in je organisatie. Zo hebben we bijvoorbeeld mensen ook een eigenschapstest laten doen die bepaalde kleurenprofielen opleverden. Het is de kunst om teams vervolgens samen te stellen uit een dwarsdoorsnede van kleuren en dus eigenschappen zodat mensen aanvullend op elkaar zijn. Door ze ook inzicht te geven in elkaars profielen vorm je onderling begrip: ‘o ja, jij bent geel, dan snap ik het wel’. Het vergt wel een investering, maar uiteindelijk helpt het bij zelfsturing en het optimaal benutten van elkaars kwaliteiten.”

“Jij komt hier om weer te gaan”

Toch ervaart ook Rotterdam Sportsupport dat het niet altijd eenvoudig is om talent voor de organisatie te behouden. “Ik ben daarin heel eerlijk naar mensen toe. Soms weet je dat ze na een jaar of drie weer een stap zullen gaan maken. Bij de sollicitatie staan ze soms wel eens te kijken als ik dat tegen ze zeg: ‘jij komt hier om weer te gaan’. Natuurlijk wil ik er wel alles aan doen om ze te behouden voor de organisatie. Uitwisseling met andere organisaties in ons netwerk zou daarin kunnen werken om mensen te kunnen behouden voor de sportsector. Verder moeten de nieuwe taken die op onze organisatie afkomen, zoals de verbinding met zorg en dergelijke, het voor talenten interessant maken om te blijven. Wij staan niet in de kantlijn waar verschillende andere sportorganisaties nu wel dreigen te komen staan door bezuinigingen.”

Doorspatten in ontwikkeling

Met het doel de mobiliteit binnen de sportsector te bevorderen en mensen van werk naar werk te helpen in de sport werd dit voorjaar het Sport Mobiliteitscentrum opgezet. Gert Jan hierover: “Ik vind dit een onwijs leuke ontwikkeling. Ik hoop tegelijkertijd wel dat het gebruikt gaat worden om aan de ambitie van mensen tegemoet te komen en om ze zo door te kunnen laten spatten in hun ontwikkeling. Als ze bij mij klaar zijn, hoop ik ook dat ze elders verder kunnen en andersom.”

Oppassen voor Wc-eend-effect

Bij werkenindesport.nl spreken we veel mensen die in de sport werken en enthousiast over hun baan zijn doordat ze van hun hobby hun werk hebben kunnen maken. Volgens Gert Jan schuilt hierin echter ook een gevaar: “Als iedereen in de sportsector een sportbril op heeft ontstaat het Wc-eend-effect. Ook als sporter moet je jezelf blijven afvragen: doen we de goede dingen en doen we de dingen wel goed? Wanneer dit niet tijdig gebeurt vrees ik voor het bestaansrecht van sportorganisaties. Niet alleen tot de wereldtop behoren is belangrijk, de verbinding tussen sport en samenleving is minstens zo van belang. Mensen van buiten de sport in de sector opnemen is een veranderingsproces dat je zorgvuldig moet organiseren. Sommige organisaties beginnen daar nu pas over na te denken, hopelijk niet te laat. Affiniteit met sport hebben is wel fijn binnen een sportorganisatie, maar geen voorwaarde om succesvol te zijn. Wat ik in dat verband wel leuk vind om te melden: ons ziekteverzuim ligt onder de 2,5%. Dat geeft een hoge mate van betrokkenheid aan die niet vanuit de sportbeleving hoeft te komen, maar wel vanuit de filosofie van een bedrijf.”

Betekenis geven

Wat neemt Gert Jan mee uit zijn eigen carrière dat hij anderen graag wil meegeven? “Daar kan ik heel kort over zijn: betekenis geven en daar energie uithalen. Je moet een idee hebben van waar je mee bezig bent, van de legacy van het bedrijf, waar je het verschil mee maakt. Je moet weten wat het oplevert, zoals wij sportverenigingen ondersteunen omdat ze een steuntje in de rug nodig hebben en het de maatschappij verder helpt. Wist je dat meer dan de helft van de werknemers in Nederland met tegenzin gaat werken? Het hoeft niet heel ingewikkeld te zijn. Ik zag laatst een aflevering van undercover boss. Daar volgden ze een man die betonprofielen maakte, al jarenlang, zonder te weten waarvoor ze waren. Voor het programma namen ze die man mee naar de brug die met de door hem gemaakte profielen werd gebouwd. Toen hij dat zag moest hij huilen. Dát moet je als werkgever organiseren. Werknemers moeten op hun beurt een organisatie zoeken die bij ze past en overtuigd zijn van wat zij voor het bedrijf kunnen betekenen en andersom.”

Anders tegen de wereld aan kijken

Over pakweg tien jaar zal de sportsector er volgens Gert Jan beduidend anders uit zien. Er zal dan veel meer verbinding met andere sectoren zijn. “Hopelijk komt een deel van de financiering dan ook vanuit andere kanalen, dus ook van de WMO, vanuit werkgelegenheid of onderwijs. Als je gelooft in de kracht van sport dan zie je de opgave waar we voor staan. In Rotterdam zijn we daar al volop mee bezig. Mensen zullen anders tegen de wereld aan moeten gaan kijken. De ontwikkeling niet teveel zoeken in hoe je een mooi beleidsplan schrijft, maar veel meer kijken naar nieuwe verbindingen en wat dat vraagt van je bedrijfsprocessen en het profiel. Als we dat durven, ligt er een ontzettend mooie toekomst voor de sport in het verschiet. Sport heeft een enorm verbindend vermogen, Nederland is daar ook uniek in, en dat kan de participatiesamenleving helpen.

“Sollicitant mag het ons best een beetje moeilijk maken”

Mensen die een carrière bij Rotterdam Sportsupport ambiëren, moeten volgens Gert Jan vooral beschikken over eigenheid: een beeld van ‘dit ben ik, dit wil ik, dit kan ik’. En ook moet duidelijk zijn wat hij of zij van de omgeving vraagt om het optimale uit zichzelf te halen. Andere kernbegrippen zijn passie, een steen willen verleggen, kritisch vermogen, collegiaal, het besef dat je het met een team klaarspeelt en een beeld van waar iemand naar toe wil. “Een sollicitant mag het ons ook best een beetje moeilijk maken”, besluit Gert Jan.