Maandag 29 augustus 2022

Sportsector werkt samen met onderwijs aan brede ontwikkeling van de jeugd

De jeugd heeft recht op een brede ontwikkeling. Deze brede ontwikkeling op jonge leeftijd maakt hen op latere leeftijd veerkrachtig. Om ervoor te zorgen dat de jeugd in Nederland zichzelf kan ontplooien en gelijke kansen krijgt, geeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) met ingang van 22 augustus 2022 een impuls aan de brede ontwikkeling van de jongste generatie(s).

Via het programma 'School en Omgeving' (voorheen rijke schooldag) komen kinderen en jongeren tijdens hun basis- en middelbare schooltijd in aanraking met aanvullende activiteiten op het gebied van sport, cultuur, cognitieve begeleiding en sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor sportbonden, sportpartners en lokale sportclubs vormt dit programma een belangrijke mogelijkheid om de kracht van sport en sportief bewegen te verankeren in de ontwikkeling van de jeugd en bij te dragen aan een veerkrachtige samenleving.

Dit doen we samen met de onderwijssector (en andere sectoren) door invulling te geven aan 'School en Omgeving' en op lokaal niveau met zoveel mogelijk scholen structureel sportactiviteiten te organiseren.

Over het programma School en Omgeving

Het idee achter het programma School en Omgeving is eenvoudig: ontplooien en gelijke kansen. Als de jeugd zich op jonge leeftijd breed ontwikkelt op het gebied van sport, cultuur, jeugdwerk en natuuractiviteiten, leren zij vaardigheden voor het leven . Door brede ontwikkeling en anderen te ontmoeten bouwen kinderen en jongeren sociaal, mentaal en fysiek kapitaal op. Dit maakt zorg minder vaak nodig en maakt onze samenleving sterker.

Scholen in Nederland kunnen van 22 augustus tot en met 30 september 2022 een aanvraag indienen voor het verkrijgen van subsidie. In totaal is er financiering voor 130 scholen om hun rijke schooldag in te vullen. Het ministerie werkt hierbij met drie categorie├źn, voorlopers, doorgroeiers en starters. Op de website www.gelijke-kansen.nl staat het overzicht van de gebieden waar de voorlopers gesitueerd zijn.

Bron: NOC*NSF