Dinsdag 21 april 2015

Vitaliteit tussen bedrijven en bonden

Het is een bekend fenomeen. Van een studie beland je in een baan, en voor je het weet heb je het op je 25e door een combinatie van werk en gezin zo druk dat sporten er bij in schiet. Tegelijkertijd werkt dat sporten juist stressverlagend en kun je de drukte beter aan door in beweging te blijven. Mark Janssen, projectmedewerker Bedrijfssport bij Sport & Zaken, helpt bedrijven hun werknemers fit en gezond te houden. “In deze functie komen twee werelden voor mij mooi samen!”

Sport van meerdere kanten leren kennen

Al tijdens zijn studie koos Mark bewust voor de sportwereld. Om te beginnen door aan de HAN de opleiding Sport, Gezondheid en Management te volgen. Aan een eerste (vrijwillige) stage werd invulling gegeven bij NOC*NSF. Daarna volgde een stageperiode bij een commerciële fitnessketen en in Australië bracht Mark een half jaar door in opdracht van NOC*NSF met als doel te bekijken hoe Australië het beleid rondom gehandicaptensport vormgeeft en organiseert – in ons land in die tijd nog een ondergeschoven kindje. “Zo leerde ik de sport van meerdere kanten kennen”, vertelt Mark. “Het vervolg was een opleiding Sportbeleid en Sportmanagement aan de USBO. Wat je dan ziet is dat mensen die eenzelfde achtergrond als ik hebben, vaak terechtkomen bij een sportbond of NOC*NSF. Bij mij liep het wat anders.”

Tussen bedrijven en bonden

Dat ‘anders’ begon vanuit de opleiding aan de USBO. In de combinatie van leren en werken bracht Mark drie dagen per week door bij Stichting Sport & Zaken en twee dagen in de schoolbanken. “Halverwege het tweede jaar leverde dat me al een betaalde functie op. Na die twee jaar ben ik blijven ‘hangen’ in hetzelfde programma als waar ik me tijdens mijn studie op richtte: bedrijfssport. Het is een voordeel van de opleiding: je kunt elkaar twee jaar lang aftasten en je ontwikkelt intussen een netwerk. Dat werkt veel makkelijker dan wanneer je van achter je PC moet gaan solliciteren. Toch moet je ook geluk hebben. Inmiddels werk ik viereneenhalf jaar bij Sport & Zaken. En het bevalt me prima. Ik bevind me in deze functie tussen bedrijven en bonden, twee werelden die bij Sport & Zaken mooi samen komen.”

Rugzakje

Mark kent het belang van vitale werknemers voor een werkgever. “Bedrijfssportprogramma’s kunnen veel doelen dienen, en onderzoek laat de positieve effecten ervan zien. Bedrijfssport draagt bij aan teambuilding, vergroot het energieniveau van werknemers en daarmee hun productiviteit op de werkvloer, zorgt voor een positieve in- en externe merkassociatie en draagt bij aan de mobiliteit en vitaliteit van werknemers. We hebben zo’n 24 verschillende sporten in ons rugzakje. De vorm waarin we het aanbieden varieert van een clinic, tot een cursus, een challenge of competitie. Het ene bedrijf kiest voor een cursus hardlopen, een ander zoekt teambuildingsactiviteiten of wil in het algemeen werken aan de gezondheid van het personeel. Bij bedrijven waar het personeel veel zit, zoeken we bijvoorbeeld naar manieren om ze in beweging te krijgen. We denken mee over hoe we ze kunnen activeren om de drempel om te gaan sporten te verlagen. Soms is het doel ook anders, gaat het om het creëren van betrokkenheid of om recruitment.”

Foto: Vitaliteitsbattle 2014

Soms cultuuromslag nodig

Een heel divers takenpakket dus. “Ja, het mooie is dat ik me als intermediair tussen bedrijven en sportbonden bevind. Daarmee begeef ik me ook op commercieel vlak, en dat interesseert me. De bedrijven waar ik kom, opereren vrijwel allemaal buiten de sportsector. Denk aan Capgemini, Nationale Nederlanden, ABN Amro of de gemeente Den Haag. Een oude discussie blijft hoe ver je als werkgever mag gaan. Je mengt je toch deels in het privéleven van je werknemers. Meestal wordt het heel enthousiast ontvangen. Maar een enkele keer is een cultuuromslag nodig. Dan gaan werknemers binnen het sportprogramma bijvoorbeeld tussen de middag een uur hardlopen. Een half uur betaalt de werkgever, een half uur is eigen tijd. Een collega die niet meegaat, moet in die tijd wel de telefoon voor ze aannemen. Dat wordt niet altijd gewaardeerd. Ik houd werkgevers die daarmee te maken hebben voor dat uit effectmetingen van TNO vrijwel op alle parameters positieve effecten blijken. En het is een kwestie van wennen.”

Flexibiliteit

“Wat mij aan mijn werkplek erg bevalt”, vervolgt Mark, “is dat we een heel leuk team hebben, met veel jonge en enthousiaste mensen. Ook de mogelijkheid om mijn werk en tijd zelf in te kunnen delen bevalt me heel goed. Je kunt thuis, bij een klant, op kantoor of in het Huis van de Sport werken. Het is flexibel in te delen waar en wanneer je dat doet, áls je het maar doet. Voor mij werkt dat stressverlagend. Dat het kantoor op Papendal is gevestigd, maakt het nog mooier. Het is een inspirerende omgeving en je kunt er aan alle sporten die je kunt bedenken deelnemen.”

Talentprogramma

Mark neemt op dit moment deel aan het talentprogramma Werken in de Sport. “Een van de redenen voor dat programma is dat talenten uit de sport trekken. Hoe bind je die juist aan de sport? Hoe zorg je ervoor dat talenten een loopbaan kunnen uitstippelen die het interessant houdt om te blijven? Daarom kijk je in het programma heel bewust naar waar je nu staat en waar je over tien jaar kunt staan. Op dit moment zitten jongeren in de sport al snel tegen hun plafond. Een volgende stap ligt dan al snel buiten de sport.” Naast het talentprogramma zorgt Mark er voor dat hij zich blijft ontwikkelen door goed in gesprek te blijven met zijn direct leidinggevende. “We gaan in die gesprekken in op vragen als ‘wat kun je, waar ben je goed in, wat is je motivatie’? En waar ik dat wil krijg ik de mogelijkheid om cursussen of bijscholing te volgen, bijvoorbeeld om bepaalde competenties bij te schaven. Daar zit een structuur in en er wordt ook naar gehandeld.”

Tips

Mark heeft ook nog wat tips voor mensen die een loopbaan in de sport nastreven. “Je netwerk is heel belangrijk. Solliciteren van achter je PC is bijna niet te doen. Je hebt echt een kruiwagen nodig. Als jongere werknemer kan het de moeite zijn om je aan te sluiten bij een bestaand netwerk. Zo ben ik op dit moment aangesloten bij Jong Oranje en bij het Young Professionals netwerk van VSG. Doe vooral ook datgene wat je echt interesseert en wat je leuk vindt. Iets waar je je enthousiasme in kwijt kunt. En probeer ergens werkervaring op te doen. Dat kan ook door als vrijwilliger aan de slag te gaan. Of spring zelf in de markt als je ergens kansen ziet, bijvoorbeeld als zzp-er.”

Ambities

En Mark zijn eigen ambities? “Dat vind ik nog best moeilijk. Ik vind het op dit moment heel gaaf om ergens echt een bijdrage aan te kunnen leveren. Bijvoorbeeld om bedrijfssport op een hoger niveau te tillen door meer competities en toernooien aan bedrijven aan te kunnen bieden. Je ziet dat veel werknemers na hun 25e uitvallen door drukte in hun werk en privéleven. Hoe kun je die behouden voor de sport? Flexibiliteit kan een mogelijkheid zijn, dus niet meteen lidmaatschappen opleggen waar je een jaar aan vast zit. Zo kijken we ook naar landen als Zweden, Duitsland en naar de Europese bedrijfssportbond, om wat te leren voor de Nederlandse situatie. Om daar een bijdrage te kunnen leveren aan de verandering in het sportlandschap, dat vind ik mooi. Uiteindelijk zal ik ook toe willen naar een meer leidinggevende functie. In kleiner verband ontwikkel ik me al wel in die richting, maar ik ben nog geen concrete stappen aan het zetten.”